Voor wie gaf Jezus Zijn leven? Voor alle mensen, antwoorden veel christenen. Hij is toch een verzoening „voor de zonden van de hele wereld” (1 Joh. 2:2)? Dat is toch niet voor tweeërlei uitleg vatbaar? Toch zijn er de geschiedenis door veel christenen geweest die meenden dat de verzoening niet zonder meer alle mensen gold maar een beperktere strekking heeft: namelijk al degenen die de Zoon van de Vader heeft ontvangen.

Deze opvatting, particuliere verzoening genoemd, houdt in dat de drie-ene God in de dood van Christus de verlossing beoogt van elke persoon die door de Vader aan de Zoon gegeven is en bij wie de resultaten van Zijn dood toegepast worden door de Heilige Geest. Deze opvatting –diep verankerd in de gereformeerde traditie– heeft een nieuwe actualisatie gekregen in een indrukwekkende bundel met opstellen, geredigeerd door Jonathan en David Gibson. Zij zijn van mening dat de gedachte van de particuliere verzoening –een term die ze prefereren boven het negatief geformuleerde begrip beperkte verzoening– steekhoudender is dan de gedachte dat de verzoening alle mensen geldt.

Het moet gezegd worden: het getuigt van enige moed om dit boek te publiceren. Want de gedachte van de beperkte verzoening staat in een kwade reuk. Barth sprak over een grimmig leerstuk, John Wesley vond dat het „verschrikkelijke godslasteringen” bevatte. In de zeventiende eeuw leidde het tot het conflict dat de kerk in de jonge Republiek op zijn grondvesten deed schudden: het debat tussen remonstranten en contraremonstranten. Een beladen onderwerp dus. Toch vormt dat geen reden voor de auteurs om het uit de weg te gaan. Meer dan twintig theologen leveren een bijdrage aan de bundel. Het boek bestaat uit vier delen: een (kerk)historisch deel, een Bijbels-theologisch deel, een systematisch-theologisch deel en een pastoraal deel.

Augustijns spoor

Het historische deel gaat via Vroege Kerk en middeleeuwen naar de Reformatie en de periode na de Reformatie: de tijd waarin het meeste debat plaatsvond over de uitgestrektheid van de verzoening. In de historische hoofdstukken valt te leren dat particuliere verzoening geen reformatorische uitvinding is, maar een gedachte die een augustijns spoor volgt. Augustinus maakt een verbinding tussen verzoening en verkiezing, waarbij hij stelt dat de verzoening niet geldt voor degenen die niet uitverkoren zijn. De „gehele wereld” uit 1 Johannes 2:2 verstaat hij niet als alle mensen hoofd voor hoofd, maar als de kerk verspreid over heel de wereld.

Dit augustijnse spoor krijgt navolging bij middeleeuwse theologen zoals Lombardus en Aquino. Aan Lombardus danken we het bekende onderscheid tussen de genoegzaamheid van Christus’ offer en de efficiëntie ervan: het offer van Christus is genoeg tot verzoening van de zonde van allen, maar efficiënt voor de gelovigen/uitverkorenen.

Calvijnkenner Paul Helm tekent voor het hoofdstuk over Calvijn. De reformator leefde vóór het grote debat over de uitgestrektheid van de verzoening en daarom vindt Helm het anachronistisch om hem in een bepaald kamp in te delen. Volgens verschillende Calvijnkenners zou er bij Calvijn sprake zijn van een universele verzoening, maar een particuliere toepassing. Helm bestrijdt dit en meent –voorzichtig formulerend– dat Calvijn beperkte verzoening niet ontkent, het consistent is met het geheel van zijn theologie en daarin beter past dan de gedachte van universele genade.

Overige hoofdstukken in dit deel gaan in op Beza, de Synode van Dordrecht, het debat over het hypothetische universalisme en de bijdrage van de Engelse puritein John Owen aan het debat.

Web

De benadering vanuit verschillende invalshoeken geeft de studie het karakter van een handboek. Er is al gezegd dat dit de definitieve studie over het onderwerp is. Of dat zo is, zal de toekomst uitwijzen. In elk geval zal er heel wat werk verricht moeten worden om dit boek te overtreffen en te weerleggen. Want hoe men ook oordeelt over de particuliere verzoening, lezing van het boek toont aan dat het leerstuk goede papieren heeft, zowel Bijbels-theologisch als systematisch-theologisch.

Al in de inleiding wordt verteld dat particuliere verzoening niet gebaseerd is op een aantal losse teksten, maar een zorgvuldig samengesteld leerstuk is waarin allerlei aspecten van de theologie samenkomen. Een leerstuk komt niet uit de lucht vallen, maar lijkt op een web waarin allerlei draden samenkomen. Zo ook met de particuliere verzoening: Godsleer, christologie, verbond en verkiezing zijn de draden die samen het web vormen.

Inconsistent

Van grote betekenis is hierbij het derde gedeelte van het boek, dat een systematisch-theologische analyse biedt. Hierin wordt aangetoond dat particuliere verzoening niet alleen Bijbels gefundeerd is, maar vooral ook theologisch het meest coherentie biedt.

De Schotse theoloog Donald Macleod toont messcherp de inconsistentie van algemene verzoening aan. In de eerste plaats betekent dit een gebrek aan coördinatie in Gods besluiten: God besluit immers dat Zijn Zoon de hele wereld zal verlossen, maar vervolgens ontbreekt de voorziening om het door Christus verworven heil toe te passen.

In de tweede plaats zorgt deze denktrant voor grote spanning binnen de drie-eenheid. Er is een spagaat tussen wat de Zoon beoogt en wat de Geest beoogt: terwijl het werk van de Zoon aan het kruis universeel is, beperkt het werk van de Geest zich tot de gelovigen.

Volgens het arminianisme verlost het kruis ons wel allen van de schuld van de zonde, maar niet van de macht van de zonde. Dit strookt niet met het beeld dat het Nieuwe Testament geeft van de verlossing. Verlossing is een organisch geheel waarin verkiezing, verlossing en vernieuwing hand in hand gaan.

Hier ligt de achilleshiel van de algemene verzoening: de verwerving en de toepassing van het heil worden van elkaar losgemaakt. Een benadering waarin de verzoening in relatie gebracht wordt met verbond en verkiezing doet meer recht aan de Heilige Schrift. Dit betekent dat de verzoening, hoewel deze universele kracht heeft, niet losgemaakt mag worden van de intentie van God om de gelovigen –en niet alle mensen zonder meer– zalig te maken.

De vraag waar het uiteindelijk om draait is: Biedt God ons redding of biedt Hij slechts de mogelijkheid van redding? Binnen het kader waarin de algemene verzoening opereert, garandeert Christus’ dood de verlossing van niemand in het bijzonder. Het is een hypothetische redding voor hypothetische gelovigen. De meerwaarde van particuliere verzoening is dat in dit kader verlossing geen mogelijkheid, maar een werkelijkheid is. In de woorden van Owen: Christus stierf niet om te redden onder voorwaarde dat mensen geloven, maar ópdat ze zullen geloven. Verwerving en toepassing zijn als de rok van Christus: zonder naad en één geheel.

De auteurs zijn van mening dat deze presentatie van het Evangelie de kerk het grootste goed geeft en God de meeste eer. Ik kan hen alleen maar bijvallen. Christus kwam niet slechts om de mogelijkheid van zaligheid te proclameren, Hij kwam om zondaren zalig te maken.

Indruk

”From Heaven He Came” is een boek dat niet nalaat indruk te maken. Het zal zeker tot tegenspraak leiden. Maar ook wanneer het niet op bijval kan rekenen, daagt het in elk geval uit tot nadenken. Wat daartoe zeker bijdraagt is de irenische toon waarin het boek geschreven is. De verschijning van dit boek is een levend bewijs van de revival van het calvinisme binnen de Angelsaksische wereld. Volgens D. A. Carson zou het 25 jaar geleden niet mogelijk zijn geweest om een dergelijke bundel van deze omvang en dit kaliber te produceren. Het toont ook aan dat het calvinisme in staat is een diepgaand debat aan te gaan met allerlei stromingen, de inconsistenties hiervan aan te wijzen en een alternatief te bieden dat intellectueel en theologisch bevredigend is.

Angst

Een laatste opmerking: de angst dat de gedachte van particuliere verzoening een ruimhartige prediking van het Evangelie in de weg zou staan, is begrijpelijk, maar (gelukkig) niet terecht. Het calvinisme heeft –net als elke andere stroming– vertekeningen van het Evangelie opgeleverd. Maar dat geloof in particuliere verzoening een ruimhartige verkondiging in de weg zou staan, is niet waar. Wie zich overtuigen wil, leze de preken van Spurgeon. Wij mogen zeggen tegen elke zondaar die we tegenkomen: Er is een Zaligmaker voor u! En „wie tot Hem komt, wordt geenszins uitgeworpen.” Christus doet geen half werk. Hij is een volkomen Zaligmaker voor volkomen zondaren. „Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken!” (1 Tim. 1:15).

‘Hij kwam om zondaren zalig te maken’. Bespreking van David & Jonathan Gibson (eds.), From Heaven He Came and Sought Her. Definite Atonement in Historical, Biblical, Theological, and Pastoral Perspective, Wheaton 2013. In: Reformatorisch Dagblad, 27-05-2014